Wat is een woonverzekering?

Een woonverzekering is de eigentijdse naam voor een super brandverzekering. De woning en de inboedel zijn hiermee behalve tegen brand ook verzekerd tegen schade die veroorzaakt wordt door explosies en implosies, storm en hagel, sneeuw en ijs, blikseminslag en kortsluiting.

Sommige verzekeringsmaatschappijen gebruiken de term woningverzekering of volledige woonverzekering voor dit product. Ook wordt vaak de optie geboden om niet het volledige pakket te kiezen, maar bepaalde waarborgen buiten de polis te laten.

Noot: Het afsluiten van een woonverzekering is wettelijk niet verplicht. Toch is voor ongeveer 95% van alle woningen in België een volledige of gedeeltelijke woonverzekering afgesloten. Verzekeraars gebruiken nog vaak de term brandverzekering aangezien het publiek hiermee vertrouwd is.

De polis van een woonverzekering.

Meer dan bij andere verzekeringen is het bij een woonverzekering zaak om met je verzekeraar zorgvuldig af te stemmen over de strekking van de polis.

Wat is verzekerd? Zijn alle recente verbouwingen aan de woning opgenomen in de polis? Is ook de lijst van de inboedel up-to-date?

Hoe hoog is de dekking? De taxatie van je woning wordt gepleegd op onder meer het jaartal waarin deze is opgetrokken, de oppervlakte, het aantal vertrekken, de gebruikte materialen, en het schadeverleden. De taxatiewaarde is de basis voor de dekking die de verzekeraar in de polis opneemt. Ook hier geldt dat je erop toeziet dat bij gewijzigde omstandigheden de dekking nog overeenkomt met de waarde van de woning.

Is er een vrijstelling? Weinig verzekeraars stellen zich bij een woonverzekering garant voor de totale schade. In de polis wordt een vrijstelling of franchise opgenomen. Dit is een percentage van de schade (of vastgesteld bedrag) waarvoor jij als verzekerde zelf verantwoordelijk bent. De hoogte van de vrijstelling mag je bij het afsluiten van de woonverzekering zelf aangeven (boven het door de maatschappij vastgesteld minimum).

Wie zijn verzekerd? Brand, of een andere calamiteit, kan naast materiële schade aan de woning ook lichamelijke schade bij personen veroorzaken. Gezinsleden vallen automatisch onder de polis. Andere inwonenden (grootouders, familie of kennissen, personeel) moeten expliciet in de polis vermeld worden om onder de dekking te vallen.

De inboedelverzekering.

Binnen een woonverzekering wordt doorgaans standaard de inboedel meeverzekerd. Je kunt ook beslissen de inboedel apart te verzekeren (eventueel bij een andere verzekeringmaatschappij).

Je inboedel is al hetgeen dat je kunt verplaatsen. Je kleding, bed, sofa, tv en ga zo maar door. De verzekeringsmaatschappijen hanteren een inboedelwaardemeter of inventarislijst om de waarde van de inboedel vast te stellen. Op de lijst dien je per voorwerp een bedrag in te vullen. Alle bedragen tezamen is het verzekerd bedrag voor je inboedelverzekering.

Je kunt ook kiezen voor een verzekerd bedrag ‘in eerste risico’. Het bedrag in eerste risico is een door jou vastgesteld bedrag. Je behoeft geen lijst aan de verzekeringsmaatschappij voor te leggen.

Noot: Geld en sieraden vallen niet onder de inboedel. Ook voor schilderijen en andere kunststukken zul je een aparte verzekering moeten afsluiten.

Waarom is een autoverzekering meestal goedkoper naarmate je ouder wordt?

Verzekeringsmaatschappijen willen graag polissen afsluiten, en zijn daarbij bereid om personen met een positief profiel een flinke korting te geven op de jaarlijkse premie van een autoverzekering. Dit geldt zowel voor de wettelijk verplichte BA autoverzekering als voor de omnium verzekeringen. De korting kan in sommige gevallen oplopen tot 60 procent van de basisprijs. Bij het bepalen van deze korting speelt de leeftijd van de bestuurder een wezenlijke rol.

Bonus-malus.

Tot 2004 gold in België voor de verzekeraars een bij wet vastgesteld bonus-malus systeem om goede rijders te belonen (bonus) en slechte rijders te straffen (malus). Onder invloed van de Europese regelgeving is dit verplicht systeem afgeschaft en zijn de maatschappijen geheel vrij om een eigen formule voor premiekortingen aan te houden. Het gevolg is dat elke verzekeraar nu een eigen intern systeem ontwikkeld heeft om een bepaalde premie te kunnen koppelen aan een bepaald profiel van autobestuurder. Binnen deze systemen wordt aan elke factor een eigen waarde toegekend. De belangrijkste factoren waarop doorgaans de premiekorting berekend wordt zijn:

  • Het schadeattest van de bestuurder (een lijst waarop de geclaimde schade van de afgelopen vijf jaar genoteerd staat).
  • De leeftijd van de bestuurder (en daarmee de rijervaring).
  • Het geschat aantal af te leggen kilometers in het verzekeringsjaar.
  • Het woongebied.
  • De kracht van de motor van de wagen (cilinderinhoud).

Noot: De premiekorting wordt door enkele verzekeraars niet meer onder de noemer bonus-malus aangeboden, maar gewoon als korting op de premie.

De leeftijd van de bestuurder.

Standaard autoverzekeringen worden in de regel slechts verstrekt aan personen vanaf de leeftijd van 24 jaar (voor jonge rijders tussen18 en 24 jaar gelden speciale regels, die niet gerelateerd zijn aan het systeem van premiekorting). Voor de premiekorting(bonus-malus) op basis van de leeftijd van de bestuurder hanteren de verzekeraars een interne categorisering. Bijvoorbeeld 24-30 jaar, 31-35 jaar, 36-40 jaar, enz. Elke maatschappij heeft zijn eigen schaal en koppelt aan elke categorie een eigen premiekorting. Zo kan het zijn dat de ene maatschappij meent dat bestuurders tussen 36 en 40 jaar de minste schade in het verkeer veroorzaken, terwijl een andere maatschappij gecalculeerd heeft dat bij hun de bestuurders tussen 38 en 48 jaar het veiligst rijden. Over de hoogte van de premiekorting per leeftijdcategorie verschaffen de verzekeraars geen exacte gegevens.

Noot: Bij autoverzekeringen is het systeem van premiekortingen het belangrijkste concurrentiemiddel tussen de verschillende verzekeringsmaatschappijen. Vandaar dat deze niet transparant weergegeven kan worden.

Toeslag voor jonge rijders.

Statistieken wijzen uit dat jonge rijders veel vaker betrokken zijn bij aanrijdingen. Voor 18-jarige jongemannen ligt dit zelfs twee keer hoger dan het gemiddelde en is ook de schade per aanrijding hoger dan het gemiddelde (vanwege een hogere rijsnelheid). Bij de verzekeraars geldt daarom een extra toeslag op de premie voor jonge rijders beneden 24 jaar (sommige maatschappijen hanteren de leeftijd van 26 jaar als grens).

Toeslag voor senioren.

Vaak rekenen verzekeraars na het 65e een toeslag op de premie van een autoverzekering. Deze toeslag wordt in vele gevallen van het 75e nar het 80e levensjaar verdubbelt. Opvallend genoeg zijn er ook gevallen bekend waarbij senioren juist goedkoper uitkwamen voor hun polis dan een 40-jarige (vanwege verminderd gebruik van de auto).

Wanneer is het aangeraden om een full omnium te nemen?

Een full omnium verzekering voor de auto is een complete dekking waarbij de verzekeraar alle schade dekt in alle gevallen. Bij een aanrijding, waar jij schuld hebt, wordt naast de lichamelijke en materiële schade aan derden ook je eigen lichamelijke schade en de materiële schade aan je eigen auto vergoed. Een full omnium verzekering dekt ook schade aan de auto veroorzaakt door brand, diefstal, vandalisme, natuurkrachten, glasbreuk en aanrijding met dieren. Indien herstel niet mogelijk blijkt krijg je de vervangingswaarde van het voertuig uitgekeerd.
Echter, aan een full-omnium verzekering kleeft een relatief hoog prijskaartje. De jaarlijkse premie bedraagt al gauw enkele duizenden euro’s (afhankelijk van het type voertuig, het bouwjaar en het gebruik van de auto).

Noot: Met de wettelijk verplichte BA verzekering wordt slechts schade veroorzaakt bij derden gedekt. Eigen schade niet.

Noot: Voor een full omnium verzekering gebruiken verzekeraars ook de naam BA + full omnium, volledige omnium of BA + volledige omnium.

Een full omnium verzekering is zeker het overwegen waard wanneer:

  • De auto nieuw is. De mogelijk grote financiële schade aan je eigen auto bij een aanrijding verantwoordt de relatief hoge premie van de full omnium verzekering.
  • Het een luxe auto betreft. De herstelkosten aan een luxeauto kunnen aardig oplopen. Neem hierbij ook in overweging dat indien je het geld voor de reparatie niet meteen kunt opbrengen je extra schade lijdt vanwege het wegvallen van je vervoersmiddel.
  • De auto is aangekocht met een lening. Indien je geen full omnium verzekering hebt en je als gevolg van een zware aanrijding of door diefstal de auto kwijtraakt zul je de lening nog moeten blijven doorbetalen terwijl je niet meer over een vervoersmiddel beschikt. Je zult waarschijnlijk ook moeilijker aan een nieuwe lening komen voor de aanschaf van een vervangende auto aangezien je reeds een autolening hebt lopen.
  • Je de auto intensief gebruikt. Hoe hoger het gebruik van de auto hoe groter de kans dat je door een inschattingsfout een aanrijding veroorzaakt. Vanwege de kilometerheffing die de verzekeraars toepassen zal weliswaar de premie voor de verzekering wat hoger uitvallen bij intensief gebruik. Deze verhoogde premie is echter verantwoordt indien je het afweegt tegen de verhoogde kans op schade.
  • Je vaker dan gemiddeld schade veroorzaakt. Indien jij als hoofdbestuurder, of de geregistreerde alternatieve bestuurder(s), met enige regelmaat kleine of grote schade toebrengen aan de eigen auto kan een full omnium verzekering voordelig uitpakken. Ook hier geldt dat de wat hogere premie (vanwege een minder positief schadeattest) alsnog verantwoord is.

Noot: Bij de meeste verzekeraars daalt de vervangingswaarde die ze voor auto’s calculeren (en derhalve uitbetalen bij onherstelbare schade of diefstal) aanzienlijk scherper na het vijfde of zesde jaar. De premie voor de full omnium verzekering daalt minder scherp mee.

Welke factoren bepalen de prijs van een full omnium verzekering.

De hoogte van de jaarlijkse premie van een full omnium verzekering wordt door verzekeraars bepaald op basis van:

  • de waarde van de auto (berekend op basis van de nieuwwaarde en de leeftijd).
  • het gebruik van het voertuig (beroepsmatig of privé).
  • het geschat aantal af te leggen kilometers in het verzekeringsjaar.
  • het woongebied (al dan niet binnen risicozone voor overstromingen).
  • de leeftijd van de bestuurder.
  • het schadeattest van de bestuurder (een lijst waarop de geclaimde schade van de afgelopen vijf jaren wordt bijgehouden).

Wanneer is het aangeraden om een BA autoverzekering te nemen?

Je bent in België wettelijk verplicht minimaal een BA autoverzekering voor je auto af te sluiten alvorens je hiermee de openbare weg opkomt. Met deze verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid ben je niet langer zelf verantwoordelijk voor de schade die je aanricht bij derden, maar wordt deze vergoed door jouw verzekeraar. Materiële schade aan een ander voertuig bij een aanrijding, materiële schade aan stilstaande objecten (gebouwen, muren, palen, e.a) en lichamelijke schade bij derden, waaronder ook de medepassagiers in je eigen auto, vallen onder de dekking. Eigen letsel en de schade aan je eigen auto zijn niet opgenomen in de dekking van de BA autoverzekering.

Een aanvullende bestuurdersverzekering dekt de eigen lichamelijke schade bij een ongeval met schuld. Een aanvullende omnium verzekering dekt de schade aan je eigen auto bij een aanrijding met schuld of een andere calamiteit. Aangezien omnium verzekeringen relatief prijzig kunnen zijn (de mini-omnium kost al gauw enkele honderden euro’s extra en de full omnium enkele duizenden euro’s extra) blijven deze altijd een overweging. Een overweging waarbij je de jaarlijkse premie van de mini-omnium of full omnium afzet tegen het mogelijk voordeel van de aanvullende waarborgen die deze verzekeringen bieden.

Wanneer volstaat een BA autoverzekering als dekking.

Een BA autoverzekering kan voldoende zijn zodra de auto ouder is dan acht jaar. De door de verzekeraars gecalculeerde vervangingswaarde is dan reeds zodanig afgenomen dat zelfs de aanvullende waarborgen van een mini-omnium verzekering (brand, diefstal, vandalisme, natuurrampen, glasbreuk, aanrijding met dieren) niet meer opwegen tegen de jaarlijkse premie.

Indien bijvoorbeeld jouw acht jaar oude auto (nieuwwaarde € 16.000) in brand vliegt of gestolen wordt zal de verzekeraar waarschijnlijk slechts rond de € 3000 uitkeren als vervangingswaarde.

Een BA autoverzekering kan in sommige gevallen ook voldoende zijn voor een wat jongere auto. Na het derde jaar vervalt doorgaans de noodzaak voor een full omnium verzekering indien het volgende geldt:

  1. De auto is geen luxe auto (waarvan de herstelkosten vrijwel altijd hoog uitvallen).
  2. De auto is zonder lening aangekocht, of deze is reeds volledig afbetaald.
  3. De auto wordt niet beroepsmatig of overmatig gebruikt.
  4. De bestuurders rijden beheerst en hebben een nagenoeg schoon schadeattest.

Indien hiernaast de auto zich hoofdzakelijk verplaatst in een laag risicogebied voor diefstal, natuurrampen of aanrijding met dieren vervalt enigszins ook de noodzaak voor een mini-omnium verzekering. Je zou onder deze condities kunnen volstaan met een BA autoverzekering voor de auto. Neem hierbij wel in beschouwing dat wanneer jouw persoonlijke omstandigheden zodanig gunstig zijn dat er een laag risico voor schade bestaat, dat de verzekeraars bereid zullen zijn je een lagere premie voor een omnium verzekering aan te bieden.

Wanneer is het aangeraden om een mini-omnium te nemen?

Een mini-omnium verzekering voor de auto verschaft een aantal aanvullende waarborgen boven de wettelijk verplichte BA verzekering. Met een mini-omniuw verzekering is je eigen voertuig gedekt tegen schade veroorzaakt door brand, diefstal, vandalisme, natuurkrachten, glasbreuk en aanrijding met dieren. Indien herstel niet mogelijk blijkt krijg je de vervangingswaarde van het voertuig uitgekeerd.
Echter, aan deze extra waarborgen van een mini-omnium verzekering kleeft een prijskaartje. De jaarlijkse premie bedraagt al gauw enkele honderden euro’s bovenop het bedrag van de BA verzekering.

Noot: Met de wettelijk verplichte BA verzekering wordt slechts schade veroorzaakt bij derden gedekt. Indien je bij schuld de schade aan je eigen auto vergoed wil hebben is ook een mini-omnium verzekering niet voldoende maar zul je een full omnium verzekering moeten afsluiten.

Noot: Voor een mini-omnium verzekering gebruiken verzekeraars ook de naam BA + mini omnium, kleine omnium of BA + kleine omnium.

Een mini-omnium verzekering is zeker het overwegen waard wanneer:
De wagen tussen de vijf en acht jaar oud is. De noodzaak voor een full omnium verzekering is na het vijfde jaar niet meer echt aanwezig. Een mini-omnium is nog wel rendabel omdat brand, diefstal en natuurrampen alsnog grote financiële schade aan de auto kunnen veroorzaken. Na het achtste jaar is de vervangingswaarde van de auto zodanig gedaald dat het voordeel van de waarborgen van de mini-omnium nauwelijks meer opweegt tegen de prijs van de verzekering.

Voor je auto een verhoogd risico geldt om schade te ondervinden door een van de extra waarborgen binnen de mini-omnium. Indien er bijvoorbeeld in jouw omgeving veel autodiefstallen plaatsvinden, geregeld bomen omvallen vanwege hevige rukwinden, of je wanneer je op je dagelijkse route geregeld overstekend wild tegenkomt. De aanvullende waarborgen van de mini-omnium verzekering worden door vrijwel alle verzekeraars in een pakket aangeboden. Het is dus niet mogelijk om je tegen een specifieke waarborg (vb. diefstal) te verzekeren.

Noot: Het afsluiten van een mini-omnium is natuurlijk ook aangeraden in gevallen waarbij je eigenlijk een full omnium verzekering zou moeten afsluiten, maar vanwege de hoge prijs verkiest dit niet te doen. Onder andere wanneer je een nieuwe auto hebt aangekocht, een luxe auto bezit of de aankoop van je auto hebt laten financieren.

Welke factoren bepalen de prijs van een mini-omnium verzekering.

De hoogte van de jaarlijkse premie van een mini-omnium verzekering wordt door verzekeraars bepaald op basis van:

  • de cataloguswaarde van de auto (nieuwwaarde).
  • de leeftijd van de auto.
  • het woongebied (al dan niet binnen risicozone voor overstromingen).

Kan ik geld lenen zonder bij een bank langs te gaan?

Indien je niet wil of kan lenen bij een bank zijn er legio mogelijkheden om toch een krediet aan te gaan. Allereerst kun je hierbij denken aan een onderhandse lening bij niet-beroepsmatige geldschieters zoals familie, vrienden of werkgever. Deze zijn wel vaker bereid om je, al dan niet tegen rente, een bedrag ter beschikking te stellen voor een korte of langere periode. Maar aan het geld lenen bij bekenden zijn altijd persoonlijke issues gekoppeld. Voor familie en vrienden geldt dat onverhoopte zakelijke problemen bij het terugbetalen van de lening direct gevolgen kunnen hebben voor de persoonlijke verhoudingen. En door een lening af te sluiten bij je werkgever ontstaat een grotere mate van afhankelijkheid, die je maar al te vaak sneller zal laten instemmen met bepaalde maatregelen binnen het bedrijf.

Kredietbeurzen.

De kredietbeurzen op internet worden gevoed door beroepsmatige geldschieters die onderhandse leningen verstrekken. Het betreft vaak personen die over aanzienlijk eigen vermogen beschikken en het rendabeler vinden om dit tegen rente uit te lenen dan het te beleggen in aandelen. Het netwerk op de beurzen is enigszins complex, waarbij jij eerst je leningaanvraag bij een beurs deponeert en vervolgens een geldschieter hierop reageert. De rente op leningen via kredietbeurzen ligt in de meeste gevallen ook wat hoger dan bij de banken. Je persoonlijke kredietwaardigheid is uiteraard hierbij van invloed. In de regel geldt dat de rente op een lening toeneemt naarmate je kredietwaardigheid afneemt. Zo zijn er geldschieters die tegen een relatief hoge rente bereid zijn geld te lenen aan personen die voorkomen op de zwarte lijst van de Nationale Bank van België.

Noot: Bij kredietbeurzen op internet weet je niet precies bij wie je leent, en welke methoden de geldschieter toepast om het uitgeleend geld terug te krijgen.

Particuliere kredietverstrekkers.

Dit zijn kleine of grote maatschappijen die evenals de online geldschieters kredieten verstrekken uit hun eigen kapitaal. Particuliere kredietverstrekkers hebben meestal fysieke kantoren met personeel, waardoor je een beter beeld hebt bij wie je geld leent. Ook hier geldt dat je persoonlijke kredietwaardigheid doorslaggevend is voor de hoogte van het bedrag dat geleend kan worden, de looptijd van de lening en de rente. Particuliere kredietverstrekkers kunnen ook onderpand (onroerend goed of roerend goed) vragen voor het toewijzen van een lening.

Noot: Enkele particuliere kredietverstrekkers dragen het woord ‘bank’ in hun naam. Dit betekent niet dat ze onder hetzelfde wettelijk toezicht vallen als een bank.

Kredietmakelaars.

Kredietmakelaars die in principe bemiddelen bij het afsluiten van een lening bij een financiële instelling hebben vaak ook een eigen krediet’pot’. Een interne lening wordt meestal alleen verstrekt aan personen met wie reeds een krediet-band bestaat. Indien je bijvoorbeeld via deze makelaar in het verleden een lening bij een bank hebt afgesloten en deze correct hebt afbetaald. De rente en de kredietvoorwaarden voor een interne lening bij de makelaar kunnen hierdoor voordeliger uitvallen voor jou als kredietnemer.

Andere financiële instellingen dan een bank.
Banken zijn in feite ook geldschieters. Alleen geldt voor hun dat ze kapitaal van anderen uitlenen, en hierdoor wat terughoudender moeten zijn. Naast de banken zijn er meerdere financiële instellingen die kredieten uitzetten. Sommige opereren bijna gelijk als banken, en anderen hanteren wat flexibelere criteria voor het toewijzen van een lening. Enkele van de andere financiële instellingen zijn.

Financieringsmaatschappijen

  • Gemeentelijke kredietbanken
  • Kredietkaart maatschappijen
  • Postorder bedrijven.

Wat is het verschil tussen een lening op afbetaling en hypothecair krediet?

In theorie is er maar een verschil tussen deze twee kredietvormen en dat is dat je bij een lening op afbetaling geen onderpand verschaft voor het geleend bedrag terwijl je bij een hypothecair krediet dat wel moet doen. Door dit ene verschil verloopt de afhandeling van deze kredieten wel geheel anders, en kennen ze ook elk ook hun eigen regels en voorwaarden.

Noot: Van een hypothecair krediet is pas sprake als vastgoed (onroerend goed) als onderpand dient. De term vastgoed verwijst naar het niet-verplaatsbare karakter van deze goederen. Woningen of ander gebouwen (opstallen) en grond zijn vastgoed. Auto’s niet.

De voordelen van een lening op afbetaling.

Deze kredietvorm dankt zijn populariteit aan de grote mate van vrijheid. Je hoeft geen onderpand te verschaffen, maar krijgt de lening enkel op basis van je persoonlijke kredietwaardigheid. Bij een lening op afbetaling ben je daarom vrij om het geleend geld te besteden voor elk gewenst doel, zonder dat je de bank daarvoor in kennis hoeft te stellen. Echter, door deze vrijheid kent een lening op afbetaling een hogere rente dan een hypothecair krediet, en zijn er grotere beperkingen aan de hoogte van de leensom en de lengte van de looptijd.

De voordelen van een hypothecair krediet.

Doordat je een onderpand verschaft voor de lening heeft de bank bijna honderd procent garantie dat ze het uitgeleend geld terug krijgt. Dit maakt dat:

  • Het krediet vrijwel automatisch wordt goedgekeurd.
  • Je een groot bedrag mag lenen (voor de aankoop van een woning mag dit zelfs 110% van de getaxeerde waarde van de woning zijn).
  • Het krediet een lange looptijd mag hebben (voor de aankoop van een woning verstrekken banken kredieten met een looptijd tot 30 jaar).
  • De rente relatief laag is (hypothecaire kredieten kennen van alle kredietproducten de laagste rentes).

Een hypothecair krediet kent ook nadelen. Zo komen alle kosten voor het aangaan van de hypotheek geheel voor jouw rekening als kredietnemer. Dit zijn de kosten voor de notaris, de hypotheekbewaarder en het opmaken van de akte. Deze kunnen gezamenlijk oplopen tot 3 a 4% van de waarde van het onderpand, en worden doorgaans in het leenbedrag opgenomen.

Het allergrootste nadeel van een hypothecair krediet blijft natuurlijk dat de mogelijkheid bestaat dat je jouw bezit (woning, grond) kwijt raakt.

Noot: Als je geld leent voor de koop van een woning en deze hierbij als onderpand geeft, wordt je eigenaar van het pand en ‘hypotheekgever’. De financiële instelling wordt de ‘hypotheekhouder’ en verkrijgt het recht van hypotheek (eerste recht van verkoop).

Wanneer kies je een pre-paid kaart en wanneer een gewone kredietkaart?

kredietkaart of prepaidEen kaart is een handig en veilig betaalmiddel. Je kunt uitgaven doen zonder geld bij je te dragen. En indien je onverwacht toch bankbiljetten nodig hebt voor een betaling, kun je die met je kaart uit het dichtstbijzijnde geldautomaat halen. Omdat de meeste pre-paid kaarten en kredietkaarten ook nog gekoppeld zijn aan het internationale netwerk van Mastercard of Visa kunnen ze ook buiten België gebruikt worden en voor het plegen van online betalingen.

Hoewel er tussen een pre-paid kaart en een kredietkaart enkele verschillen zitten bij het verrichten van betalingen, zit het grote verschil tussen deze twee typen kaarten in de herkomst van het geld. Met een pre-paid kaart betaal je met je eigen geld, met een kredietkaart betaal je in theorie met geleend geld (van een bank of andere kredietinstelling).

De pre-paid kaart.

Het systeem is hier relatief simpel. Je stort een bepaald bedrag, bijvoorbeeld € 2000, bij een financiële instelling en krijgt hiervoor een kaart terug waarmee je tot € 2000 aan betalingen kan doen. Wanneer je saldo op is kun je dit weer aanvullen. De meeste kaartverstrekkers bieden je de ruimte om tussendoor naar eigen goeddunken de kaart aan te vullen vanuit je zichtrekening. Het fungeert in deze dan als een soort van superbankpas.

De kredietkaart.

Een kredietkaart is niet veel anders dan een doorlopend krediet of geldreserve in kaartvorm.
De bank verschaft je een limiet (kredietplafond) tot welke je kan lenen. Bij elke uitgave met de kaart leen je dit bedrag bij de bank. Doorgaans bieden de banken je de ruimte om dit geld voor het einde van de maand renteloos terug te betalen. Maar indien je ervoor kiest om op een later tijdstip het negatieve saldo aan te vullen zul je rente moeten betalen over de periode dat je het geld geleend hebt. De rente op kredietkaarten ligt bij de meeste instellingen hoger dan de rente op andere type leningen.

Noot: Prepaid kredietkaarten worden minder vaker aanvaard dan gewone kredietkaarten. Maar prepaid kredietkaarten worden wel vaker aanvaard dan bankkaarten.

De kosten bij het gebruik van een pre-paid kaarten en kredietkaarten.

Pre-paid kaart Kredietkaart
Jaarlijkse contributie voor het bezit van de kaart.  Ja              Ja
Transactiekosten bij betalingen.                                         Ja             Nee
Kosten voor het opladen                                                         Ja             Nee
Kosten voor het opnemen van geld uit een automaat.  Ja      Ja
Rente                                                                                                    Nee         Ja

Wanneer te kiezen voor een pre-paid kaart of kredietkaart?

Je kunt het beste kiezen voor een pre-paid kaart wanneer:

  • Je op voorhand over voldoende eigen middelen beschikt om de gewenste uitgaven te doen.
  • Je de uitgaven onder controle wil houden (bij een nul-saldo kun je geen geld meer uitgeven).
  • Je niet door het toetsingsproces wil welke geldt voor een kredietkaart.

Je kunt het beste kiezen voor een kredietkaart wanneer:

  • Je tijdelijk niet over voldoende eigen middelen beschikt om de gewenste uitgaven te doen (let wel, een kredietkaart is vanwege de hoge rente niet voordelig als langlopende lening).
  • Je in staat bent om het uitgegeven bedrag voor het einde van de maand terug te storten (je betaalt hierbij geen rente, en omzeild ook de transactie kosten welke gelden voor pre-paid kaarten).
  • Je voorbereid wil (moet) zijn op onverwachte uitgaven.
  • Je uitgaven moet doen waarbij pre-paid kaarten niet geaccepteerd worden (veel autoverhuur bedrijven bijvoorbeeld accepteren slechts kredietkaarten).

Waarvoor kan je een groene lening gebruiken?

groene lening huisWil je overstappen op zonne-energie, je muren extra isoleren of een andere investering aan je woning plegen om het energieverbruik omlaag te brengen, dan is de staat bereid je hierbij een handje te helpen. Immers werk je met je investering op bescheiden schaal mee aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en zodoende besparing van het milieu. Volgens afspraken met de overheid hebben daarom vrijwel alle banken en andere kredietverstrekkers een groene lening in hun portefeuille. Een groene lening kent een lagere rente dan een normaal verbouwingskrediet. Het verschil wordt door de staat gesubsidieerd.

Verbouwingen die als ‘groen’ aangemerkt worden zijn:

  • de installatie van zonnepanelen om zonne-energie om te zetten in elektriciteit. Dit kan eventueel in combinatie geschieden met het vernieuwen van het dak.
  • een uitgebreide isolatie van de muren, de vloer en het dak.
  • het aanbrengen van hoogrendement beglazing om verlies van warmte (energie) te verminderen.
  • de vervanging van een oude verwarmingsketel door een milieuvriendelijke installatie.
  • het installeren van een thermostatische warmteregelaar.
  • het installeren van thermostatische waterkranen.

Zodra de verbouwingen of investeringen specifiek gericht zijn om het energieverbruik van je woning omlaag te brengen kun je een groene lening aanvragen. Middels offertes en of facturen zul je de bank moeten aantonen dat het daadwerkelijk energiebesparende investeringen betreft.

Noot: Zowel een hypothecaire lening als een lening op afbetaling, LOA, kennen bij de financiële instellingen hun groene variant. Energiekrediet, ecokredtiet, lening energie en verwarming, groen woonkrediet of gewoon groene lening zijn enkele van de namen waarmee deze formule word aangeduid.

De rentekorting bij een groene lening.

Voor een groene lening ligt de JKP 1.5% lager dan op een normaal verbouwingskrediet. De banken berekenen eerst aan de hand van je persoonlijk profiel (kredietwaardigheid, terugbetalingsdicipline) voor welk JKP je in aanmerking komt, en verminderen dit vervolgens met 1,5% indien het een groene lening betreft (dit krijgen ze van de overheid terug). Indien je bij een bepaalde bank 4.7% aan JKP zou moeten betalen op een normaal verbouwingskrediet, zul je bij dezelfde bank op dezelfde lening jaarlijks slechts 3.2% aan JKP hoeven te betalen indien je kan aantonen dat de verbouwing een groen karakter heeft.

Hoe werkt de JKP.

Banken en andere kredietverstrekkers hanteren tegenwoordig standaard de JKP-formule bij kredieten voor verbouwingen. Dit betekent dat alle kosten voor de lening (rente, administratie, premie’s) in één Jaarlijks Kosten Percentage worden uitgedrukt. Je betaalt bij een krediet enerzijds het geleend geld in maandelijkse termijnen terug, en hiernaast de JKP voor de dienst die de bank jou verleent. De JKP wordt maandelijks in rekening gebracht. Het percentage wordt derhalve door twaalf gedeeld en berekend op het saldo van de schuld.

Meer info over groene leningen op de website van de federale overheid: http://financien.belgium.be/nl/particulieren/belastingvoordelen/groene_fiscaliteit/groene_leningen/